
Wet arbeid vreemdelingen
Artikel 4
1
Het verbod, bedoeld in artikel 2, eerste lid, is evenmin van toepassing met betrekking tot een vreemdeling die beschikt over een krachtens de Vreemdelingenwet 2000 afgegeven vergunning, welke is voorzien van een aantekening van Onze Minister van Justitie waaruit blijkt dat aan die vergunning geen beperkingen zijn verbonden voor het verrichten van arbeid.
2
Een zodanige aantekening wordt afgegeven aan een vreemdeling:
a
die rechtmatig in Nederland verblijf houdt in de zin van artikel 8, onder b of d, van de Vreemdelingenwet 2000;
b
die gedurende een ononderbroken tijdvak van drie jaar heeft beschikt over een voor het verrichten van arbeid geldige verblijfsvergunning voor bepaalde tijd als bedoeld in artikel 14 van de Vreemdelingenwet 2000 en die nadien zijn hoofdverblijf niet buiten Nederland heeft gevestigd;
c
die behoort tot een bij algemene maatregel van bestuur aangewezen categorie.
Jurisprudentie bij dit artikel
- Hieronder wordt een selectie van de bijbehorende jurisprudentie getoond.
-
LJN BC2952, Voorlopige voorziening+bodemzaak, AWB 06/42357, 06/42359
Rechtsoort
Vreemdelingen
Datum uitspraak
12-09-2007
Status
gepubliceerd
Soort procedure
Voorlopige voorziening+bodemzaak
Instantie
gepubliceerd
Rechtsoort
Rechtbank 's-GravenhageWav / afwijzing aanvraag verlenging verblijfsvergunning regulier / drie jaar in bezit van verblijfsvergunning onder de beperking arbeid in loondienst / andere werkgever
Partijen zijn verdeeld over de vraag of eiser, gezien het feit dat hij bij een andere werkgever in dienst is getreden verlenging...